maandag 18 mei 2009

Cultuurschok

Waarschijnlijk zijn er onder u nog die uit een boerengat komen. Tot een jaar of 12-13 valt dat allemaal nog mee. Kampen bouwen, door de bossen crossen en voetballen tot je een voet in je ballen kreeg. It’s all fun and game ‘till someone loses a bollock.

Maar dan kom je plots in een school, een middelbare welteverstaan, waar het aantal leerlingen vele malen groter is dan het aantal inwoners van dat boerengat. Je komt in een stad waar er meisjes rondlopen van minder dan 80kg en die er géén sport van maken om meisjes plagen is liefde vragen te zingen als je roept – excuse my French – GA WEG TEEF. Je ziet schepsels met een andere huidskleur dan de jouwe, en je vraagt je af of de theorie die in jouw boerengat algemeen aanvaard werd, namelijk dat ze een aparte diersoort zijn, wel helemaal klopt.
En je probeert je weg te vinden, en na zes jaar in zo’n stad kan ik zeggen dat ik, en u ongetwijfeld ook als u dit leest, er wonderwel in geslaagd ben mij aan te passen aan de omgeving. Zodat ik het stadsleven nu toch min of meer gewoon ben.

En toch, en toch. Ik heb in ons geliefd Gent al wat meegemaakt (zie de vorige Borluut), maar de laatste tijd steekt het lot toch wel erg vreemde toeren uit.
Zo placeerde ik mij op een zonnige woensdagmiddag in een parkje met een boekje. Hoewel ik de vreemde geur die uit een grote sigaret kwam en de misbaksels met haar als poedels en lappen als kleren niet kon plaatsen, was dat niet de reden waarom ik uiteindelijk ben moeten vluchten. Na een luttele 10 minuten huppelde er een klein, mollig dametje van rond de 40 door het park, met een Flamenco aandoend zwart-en-rood jurkje. Ook had ze een balkon van een halve meter, zowel voor- als achteraan. Werken Michiel, werken, dacht ik, de woorden van mijn vader op het land herinnerend. Al goed en wel, maar dat dametje begon daar plots sensueel te dansen, draaide als een slang en ging door de knieën als iets dat goed door de knieën kan gaan. In het midden van het park! Met een balkon van een halve meter! Zowel voor- als achteraan!

Zoveel vunzigheid en openbare zedenschennis kon ik niet aan, dus ik trok mij terug in mijn kamer. Hersteld van dat uiterst verwarrende tafereel, besloot ik nog wat van de zon te genieten. Dus zette ik mij op mijn vensterboord – waaghals! – en las daar in mijn boek. In de verte zag ik een gehandicapte - nog iets dat je niet ziet in mijn boerengat, we hebben een diep ravijn - net zoals ik genieten van de zon, in zijn rolstoel. Een kwartier later zat hij nog altijd in krak dezelfde positie, hoek van de nek op 60° in de lucht. Vreemde snuiter, dacht ik, het zal wel aan zijn handicap liggen.

Nog een kwartier later zag ik hem echter in een hoogst oncomfortabele positie verkeren. Op knieën en hoofd meerbepaald. Er was nog geen frank, geen euro, enkel een gehandicapte gevallen. Die bleef daar maar zitten en, vergeef me, ik begon me te amuseren in de situatie. De zoomfunctie op mijn GSM bleek ontoereikend, dus ik besloot het moment te savoureren.
Vele Joden waren de man reeds voorbij gelopen, maar ten slotte hielden toch drie barmhartige Samaritanen halt. Ze hielpen de man in zijn karretje – spelbrekers! -, maar daar lieten ze het niet bij. Ze schenen er een genoegen in te scheppen te praten met de man, ze begonnen zelfs hun vrienden uit te nodigen via de telefoon!
Die waren verbazend snel ter plekke, en ze lieten hun komst niet onopgemerkt voorbij gaan. Een gele partyvan met lichten en loeiende geluiden pikte de man in de kar op, en ik zag nog net dat zijn twee vrienden fluogele kledij aan hadden, wat me doet vermoeden dat ze naar een disco feestje gingen met dresscode fluo. De drie Samaritanen mochten blijkbaar niet mee, waardoor ik met 90% zekerheid kan zeggen dat de bestuurders van de partyvan Joden waren. Die hadden het namelijk niet zo op Samaritanen.

Zo komt de kennis uit mijn boerengat toch nog van pas in de stad.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten