Het algemeen rookverbod in de horeca, dat er zeer waarschijnlijk zal komen in 2012, zette mij aan het denken over hoeveel en hoe ingrijpend de staat ons leven bepaalt. Hoewel ik geen radicaal tegenstander ben van dit rookverbod, ben ik er ook niet helemaal voor gewonnen. Akkoord, sigaretten zijn niet gezond en ze stinken. Als Bourgondiër sta ik er helemaal achter dat er niet mag gerookt worden in restaurants, en de onduidelijkheid die de vorige regeling met zich meebracht (verboden te roken voor etablissementen waar meer dan 30% van de omzet uit eten komt) was ook niet optimaal.
Maar nu legt de staat op hoe een zaakvoerder zijn zaak moet organiseren. Als de barman een roker is, moet ook hij naar buiten om te roken. De broeierige, rokerige sfeer die rondwaart in cafés om 4u ’s nachts, en die, met de nodige whisky, de beste verhalen in iedereen naar boven haalt, is verleden tijd. Is het echt nodig om de mensen opnieuw van hun weinige vrijheid die hen nog rest te beroven in het belang van de volksgezondheid? Dit is geen retorische vraag, ik heb zelf nog geen definitief antwoord. Ik wil dan ook niet enkel het rookverbod aan de kaak stellen. Het lijkt wel alsof het enige wat er nog bijkomt van nieuwe wetten, beperkingen zijn. Nieuwe strafbaarstellingen, nieuwe verboden, nieuwe hinderpalen om, voor een keer, te doen wat je wil.
Het hoge zelfmoordcijfer (ik gebruik bewust niet zelfdoding, het klinkt niet) in Vlaanderen is een ander vraagstuk. We doen het goed, we hebben alles wat we nodig hebben en toch willen we niet meer leven. We zijn niet gelukkig. De oorzaken zijn niet makkelijk te achterhalen. Toch ben ik ervan overtuigd dat het feit dat je niet kan doen met je leven wat je wil, dat je zelfs niet echt weet wát je wil doen met je leven, er een “gouden” aandeel in heeft.
De maatschappij dringt aan je op wat je moet doen, en wat je niet mag doen. Ben je goed met je hersenen, dan ga je naar de universiteit of hogeschool. Ben je goed met je handen, dan volg je een technische richting. Om vervolgens hoogstwaarschijnlijk heel je leven hetzelfde te doen, en daarna op pensioen. Er zijn weinig verrassingen meer, weinig spanning, terwijl films en muziek ons blijven voorspiegelen dat er om iedere hoek het gevaar, de ideale liefde, of een koffertje met geld wacht. Slechte gevoelens spruiten voort uit een incompatibiliteit tussen verwachtingen en de realiteit – zie de steengoede film “500 Days of Summer”, waar in een bepaalde scène het beeld opgesplitst is, met links de verwachtingen en rechts de werkelijkheid. Op kleine schaal valt dit te verdragen. Maar als je eenmaal inziet dat de verwachtingen die de maatschappij voor jou geschapen heeft, niet je echte verwachtingen zijn, kan je niet anders dan concluderen dat je verwachtingen voor eeuwig, op grote schaal met de realiteit zullen botsen. Zo kom je terecht op een vloedgolf van slechte gevoelens, wat, gecombineerd met andere factoren, kan uitmonden in een depressie.
Ofwel aanvaard je deze voortdurende clash tussen verwachtingen en realiteit, en word je lusteloos en geef je je verwachtingen op. Je zal wel eens een midlife-crisis hebben, maar vervolgens kan je met rustige vastheid je voorgeprogrammeerd leven verder leven. Ofwel niet, en beslis je zelf: uit het leven stappen, of verder leven met je dromen in je achterhoofd, vol vuur en enthousiasme en de wil om ze te verwezenlijken. Vuur krijg je door uitdagingen en confrontaties, gevaar. Niet door veilig in je kamer te zitten met je te duur internet, je Franse elektriciteit en weg van de schadelijke invloeden van sigaretten en seriemoordenaars en verkrachters, waar de straten volgens de media van vollopen. Niet door iedere dag om 8u op te staan, de file te trotseren, nutteloos bureaucratisch “werk” te verrichten, en ten slotte, beroofd van iedere creativiteit, om 18u met een microgolfmaaltijd voor de TV te gaan zitten.
George Costanza uit “Seinfeld” is een saai en zielig figuur. Hij faalt in alles dat hij onderneemt, heeft zijn uiterlijk niet mee en alles lijkt mis te lopen. Tot hij op een dag een lumineus idee heeft: vanaf nu zal hij het tegenovergestelde doen van alles wat hij tot dan toe gedaan heeft. Al hetgeen hij deed heeft altijd maar slechte dingen opgeleverd, dus al hetgeen hij niet deed moest wel iets goed opleveren. Het werkt perfect: hij ontmoet onmiddellijk een vrouw, en later vindt hij schitterend werk. Het is fictie, maar het idee erachter is simpel: de mens heeft verandering nodig om te bloeien. Verandering gaat gepaard met chaos. Chaos is het tegengestelde van orde. Orde is wat de wetgever, te veel, probeert te verkrijgen door overdreven reglementering. Het vuur in de mens, dat van verandering en chaos, wordt gedoofd.
Daarom een oproep aan de wettenmakers: bouw de regulering af, in plaats van nieuwe te creëren. Of stop tenminste met vrijheidsberovende wetten in het leven te roepen. In het beste geval voelen de mensen zich vrank en vrij. In het slechtste is er een beetje chaos. Niemand heeft ooit slecht gevaren bij een beetje chaos in het leven, je leert er alleen maar meer de rust door appreciëren. Hoe dit concreet moet gebeuren, kan ik (nog) niet zeggen. Hoe het niet moet echter wel. In de Verenigde Staten zijn er nu al in bepaalde staten wetten om het buitenhangen van de was te verbieden. In Nederland komt er binnenkort een kilometerheffing, en wij Belgen willen dit nu ook. In de Verenigde Staten mag je niet meer je was buitenhangen, bij ons mag je niet meer met de auto rijden. Binnenkort mag je niet meer roken in je auto. Of mag je auto niet meer roken.
vrijdag 15 januari 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)